Benoemt emotie niet
en/of gaat mee in
emotie / frustratie. Stelt
geen grenzen of stelt
grenzen terwijl dit niet
nodig is (persoon is in
reactie alleen boos of
gefrustreerd en
kandidaat stelt daarop
gelijk de grens zo niet
behandeld te willen
worden).
4.
De kandidaat past luisteren en samenvatten toe in het gesprek. K
5.
De kandidaat stelt open, neutrale doorvragen. K
6.
De kandidaat vraagt om alle NAW-gegevens en telefoonnummer van de persoon.
7.
De kandidaat vraagt gericht door op basis van de informatie die de persoon verstrekt. K
8.
De kandidaat doet geen beloftes die hij niet na kan komen.
9.
De kandidaat behandelt de persoon geduldig en respectvol.
10.
De kandidaat scheidt het luisteren naar de persoon en het noteren van de informatie.
11.
De kandidaat rondt het gesprek professioneel af.