1.
De kandidaat benadert de verdachte op gepaste wijze.
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Kijkt de verdachte bij het
benaderen niet aan,
gebruikt geen mijnheer /
mevrouw en u.
2.
De kandidaat benoemt welk gedrag hij ziet/hoort en legt duidelijk uit waarom het strafbaar is gesteld. K
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Benoemt niet of onjuist
het concreet
waargenomen gedrag
en/of
vraagt (indien relevant
voor casus) niet naar
vergunning / ontheffing /
toestemming en/of
controleert
strafbaarstelling niet
en/of
benoemt geen reden
waarom het gedrag
strafbaar is gesteld.
3.
De kandidaat spreekt verstaanbaar en begrijpelijk.
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Spreekt onverstaanbaar.
Gebruikt onnodig
vakjargon en/of legt dit
niet of onjuist uit.
Spreekt onbegrijpelijk of
is verwarrend voor de
verdachte.
4.
De kandidaat past luisteren, samenvatten en doorvragen toe in het gesprek. K
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Vat het verhaal van de
verdachte niet of meer
dan 1 keer incorrect
samen. Stelt geen
relevante of gerichte
vervolgvraag. Reageert
niet inhoudelijk op
verhaal van de verdachte.
5.
De kandidaat geeft de verdachte ruimte om emotie te tonen en zijn verhaal te doen om daarna over te gaan tot zakelijke afhandeling K
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Geeft de verdachte geen
ruimte om emotie te
tonen en zijn verhaal te
doen en gaat meteen
over tot zakelijke
afhandeling. Geeft geen
of onjuiste
gevoelsreflectie.
6.
De kandidaat houdt de regie in het gesprek vast K
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
De verdachte bepaalt de
richting van het gesprek.
Komt onnodig terug op
eerder besproken
onderwerpen, wat de
structuur en duidelijkheid
van het gesprek
verstoort.
7.
De kandidaat straalt door houding, gedrag en taalgebruik gezag uit
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Staat niet rechtop en
stevig. Laat zich
ompraten, zeker als hij
onder druk staat.
Presenteert feitelijke
constateringen niet altijd
correct. Spreekt niet
altijd de waarheid.
8.
De kandidaat neemt eigen veiligheid in acht door een armlengte afstand tot de verdachte aan te houden
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Houdt minder dan een
armlengte afstand tot de
verdachte. Houdt de
omgeving en/of
verdachte niet in de
gaten.
9.
De kandidaat behandelt de verdachte geduldig en respectvol
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Onderbreekt de
verdachte, reageert
ongeduldig / gefrustreerd
/ emotioneel met
bijvoorbeeld zuchten of
stem verheffen of
gebruikt ongepaste taal.
Kijkt verdachte tijdens
het gesprek niet aan.
10.
De kandidaat meldt het juiste strafbare feit en zegt proces-verbaal aan K
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Benoemt het strafbare
feit niet of niet correct of
zegt geen proces-verbaal
aan.
11.
De kandidaat stelt identiteitsgegevens vast en verifieert deze gegevens K
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Vraagt niet naar één of
meerdere van de
volgende gegevens: - ID-bewijs; - adresgegevens; - postcode.
Stelt geen of gesloten
vragen of één
verifiërende vraag.
12.
De kandidaat geeft de verdachte de cautie K
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Geeft de verdachte niet
de cautie: vertelt de
verdachte niet dat hij niet
tot antwoorden verplicht
is en/of geeft
desgevraagd geen of
onjuiste uitleg van de
cautie.
13.
De kandidaat wijst de verdachte op de rechts- en verhoorbijstand K
14.
De kandidaat informeert de verdachte over de gevolgen van het afzien van de rechts- en verhoorbijstand en dat de verdachte op deze beslissing kan terugkomen K
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Vraagt de verdachte niet
of hij gebruik wil maken
van de rechts- en
verhoorbijstand en/of dat
het afzien van
bovengenoemde rechten
consequenties kan
hebben en/of geeft niet
aan dat de verdachte op
deze beslissing terug kan
komen.
15.
De kandidaat vraagt de verdachte om een verklaring K
16.
De kandidaat legt de vervolgprocedure uit
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Legt de vervolgprocedure
incorrect of niet uit.
Verwijst niet naar de
informatie in de
beschikking voor verdere
details.
17.
De kandidaat stopt het strafbare gedrag (tijdens of aan het eind van het gesprek)
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Geeft niet aan dat de
verdachte met de
gedraging moet stoppen
of doet dit met woorden
die verkeerd begrepen
kunnen worden of laat
het attribuut niet
opbergen/meenemen.
18.
De kandidaat rondt het gesprek professioneel af K
Wat is van toepassing? (één vinkje = O)
Informeert niet of de
verdachte nog
vragen/opmerkingen
heeft of maakt excuses
voor optreden. Benoemt
eerdere escalatie.